Geschiedenis Magnetisme

Van Gool - Smulders, Home

 
Het magnetisme is zo oud als de mensheid zelf. Franse en Spaanse grotschilderingen van tienduizenden jaren geleden laten afbeeldingen zien van wat men tegenwoordig magnetiseren zou noemen. Uit archeologische vondsten blijkt dat Hebreeuwse, Fenicische en Egyptische genezers het magnetisme al met succes toepasten. Gevallen van handoplegging zijn bij vrijwel alle godsdiensten bekend, ook in de bijbel vinden we ze vermeld. De Romeinse keizer Vespasianus Titus Flavius (9-69 na Chr.) genas scheurbuik en blindheid door aanraking. Andere heersers zoals Frans I, koning van frankrijk (1494-1547), koningin Elisabeth I (1533-1603) en koningin Anna (1655-1714) van Engeland hebben ook genezingen verricht door handoplegging. Bekend is de spreuk waarmee de Franse koningen genezingen verrichtten: "Le Roi te teuche, dieu te guerys", de koning raakt je aan, God geneest je.
De Zwitserse arts Paracelsus (1493-1541) stelde dat in de mens twee soorten magnetisme aanwezig zijn: Eén deel van het menselijk lichaam ontvangt de stralen van de planeten, het andere van de aarde. Dit zou er toe leiden dat de mens magnetisch is. Het magnetisme van de magnetiseur zou het "ontregelde" magnetisme van de zieke mens herstellen.
De Nederlander Johan Baptista van Helmont (1577-1644) beweerde dat uit ieder mens straling vrijkomt die overgebracht op andere personen genezing kan bewerkstelligen.
Van zeer groot belang is het werk van de Oostenrijkse arts Franz Anton Mesmer (1743-1815) geweest.