Hij promoveerde in Wenen op het proefschrift "De planetarum influxu
in corpus humanum", over de invloed van hemellichamen op het menselijk
lichaam. Evenals Paracelsus en Van Helmont was Mesmer ervan overtuigd dat
lichamen, ongeacht of ze uit levende of dode materie bestaan, elkaar op
afstand kunnen beïnvloeden. Deze invloed werd vergeleken met de werking
van een magneet op ijzer. Vandaar dat zij de beïnvloeding magnetisch
noemden. Er was een verband tussen deze magnetische kracht en ziekte en
gezondheid. Over de tijd tot het optreden van Mesmer kan gezegd worden dat
genezing beschouwd werd als een geestelijk proces. Hij zelf sprak echter
over een neutrale, mechanische kracht.
Het werk van Mesmer kan samengevat worden in de volgende punten:
- Er bestaat een het universum doordringende en verbindende kracht,
een volkomen beweeglijke stof van onvergelijkbare fijnheid.
- Alle ziekten worden veroorzaakt door verstoringen van het evenwicht
in dit krachtenveld in het lichaam van de zieke. Dat leidt tot een onharmonische
verdeling van de kracht over het lichaam.
- Voor het genezen van de ziekte is het herstellen van het evenwicht
nodig.
- Dit herstel moet worden bewerkstelligd door toevoer van die kracht
aan het lichaam van de zieke.
- Deze toevoer geschiedt door een magnetiseur, die bekend is met de
ziekteleer, met de techniek van het magnetiseren.
De magnetiseur dient te weten, hoe hij aan de patiënt zijn kracht
op de meest doeltreffende wijze moet afgeven.
|